Fietsen in Senegal

Fietsen in Senegal

Senegal ligt best wel ver van Zambia af en het was een behoorlijke vliegreis om daar te komen. Tegen het einde van de middag kwam ik op Woensdag 22 januari aan. Het land is erg droog en vooral halfwoestijn. Ik verbaasde mij over de degelijke snelwegen die ze daar hebben, met viaducten en op en afritten, iets wat we hier in Zambia niet hebben. De donderdag kwamen we bij elkaar als een team, het evenement was een samenwerking tussen OM en Ambassadors. We zorgden dat de laatste dingen in orde waren zodat we die vrijdag op pad konden. Senegal is vooral een moslimland gemixt met traditioneel geloof, christenen zijn er maar heel weinig, iets waar we ook achter kwamen tijdens onze fietstocht.

De eerste dag fietsten we richting het noorden over een afstand van 85 kilometer. De fietsers die via Ambassadors waren gekomen hadden tweedehands fietsen laten kopen in Senegal en die waren niet goed nagekeken voor de tocht. En onderweg kwamen we erachter dat er aan sommige fietsen nogal wat mankeerde. Ik was een beetje de fietsmonteur van de groep en had mijn handen vol om iedereen gaande te houden. Ook was niet iedereen even fit en daardoor duurde de tocht veel langer dan gepland. Pas tegen de avond kwamen we aan op onze plek van bestemming. De volgende dag hadden we een kortere van 42km rit naar de stad Louga. Daar ontving een lokale voorganger ons. Hij gaat voor in een huiskerk met een handje vol leden en dat zijn misschien maar de enige christenen in een stad van meer dan honderdduizend inwoners. We doen daar tegen de avond mee aan een voetbalwedstrijd en hebben daar de kans om iets van het evangelie te delen. Die nacht hadden we ons kamp opgeslagen midden in die stad in een beetje een open omheining. Laat in de avond kwam de lokale drumband een concert geven, iets wat we niet helemaal nodig vonden, maar uit beleefdheid zijn we toch even wezen kijken en luisteren.

De volgende dat was het zondag en gingen we bij de lokale voorganger naar de huiskerk. Na de dienst moesten we nog 80km afleggen en we besloten dat alleen de sterkste fietsers zouden beginnen en dat de rest later zou aanhaken. Ik vertrok ook vanaf het begin en we hadden behoorlijk de gang erin. Het was het heetst van de dag en ondanks dat het winter is in Senegal was het nog behoorlijk warm. In de plek waar we overnachten kenden we niemand en konden we bij een jeugdcentrum overnachten.

Hierna stond de rit naar Touba op de planning. Touba is de heilige stad van de moslims daar en het is de tweede stad van het land (na Dakar). De stad is autonoom en heeft zijn eigen wetten en regels. Het was een rit van maar 30km die dag. Ondanks dat er meer dan 1 miljoen mensen in die stad wonen, hadden we geen enkele christelijke connectie daar. Maar omdat er soms wat toeristen naar de stad komen om de grote moskee te bekijken zijn er wel wat gidsen in de stad om een rondleiding te geven. De gids die wij hadden had aangeboden dat wij wel bij hem konden blijven slapen. Rond de middag gingen we naar de moskee, we moesten hiervoor speciale kleren aan. Het was bloedheet en het was voor mij de eerste keer dat ik in een moskee kwam en deze moskee was behoorlijk groot en er waren duizenden mensen. Het was interessant om te zien hoe de mensen daar aanbidden. Binnen de moskee waren graven van heiligen waar mensen geld naar binnen gooien om zo hun gebeden voor Allah te brengen. Het enige wat wij daar konden doen is bidden tot onze God om zichzelf daar bekend te maken. De huizen in Senegal zijn een beetje gebouwd in de stijl van het midden oosten met platte daken waar je op kunt. Tegen de avond maakten we ons kamp op het dak van het huis van de gids. In het huis zelf was het behoorlijk druk en de hitte, ander eten en het fietsen begon een beetje de tol te eisen voor onze groep. We besloten om de volgende dag 1 van onze stops over te slaan zodat we 2 nachten op 1 plek konden blijven. Hierdoor zouden we de volgende dag wel een extra lange fietsdag van 87km hebben. Die avond zaten we als een groep op het dak een hadden goede gesprekken over wat we gezien en meegemaakt hebben en over ons geloof. Sommigen van ons, waaronder ikzelf, wilden nog even een ijsje gaan halen bij een winkel om de hoek. 1 van de Senegalese dames die niet uit die stad komt wilde ook mee maar had haar pyjama al aan en het was een fatsoenlijke lange pyjama. Ze ging toch mee maar al snel zei iemand tegen haar dat als de autoriteiten haar zo zouden zien ze gearresteerd zou worden. Ze ging snel terug om toch maar wat anders aan te doen. Zulk soort dingen zijn we niet gewend. Ook het slapen op het dak midden in zo’n stad was een bijzondere ervaring.

Iedereen klom weer op de fiets de volgende dag, we moesten eerst door deze drukke stad heen, toen we uiteindelijk aan de andere kant waren hadden we de wind in de rug en ging alles mooi vlot. Ook ging het in een groep fietsen steeds beter en ondanks dat het onze langste dag was, kwamen we voor het middageten al aan op onze bestemming. Het was weer erg heet, volgens google ergens achter in de dertig graden, maar de thermometer op de fiets van 1 van de deelnemers ging zelfs over de 40 graden. We verbleven bij een zendingsschool waar we ook echt even de tijd voor onszelf hadden. We hadden een kinderprogramma voor de kinderen in de buurt. In de avond ging ik mee eten ophalen en spraken een lokale voorganger daar. Hij is Senegalees en vertelde hoe moeilijk het is voor mensen om daar tot geloof te komen. Ondanks dat Senegal een open en vrij land is, blijft het moeilijk. Mensen die tot geloof komen worden vaak uit de familie verstoten en mensen daar zijn behoorlijk afhankelijk van families. De voorganger vertelde ook zijn verhaar hoe hij tot geloof was gekomen, ook van een moslim achtergrond. Hij ging met zijn vragen over geloof en het leven naar de geestelijke leiders binnen de Islam, maar kreeg nooit goede antwoorden. Ook ging hij met zijn vragen naar de Katholieke priester en kreeg ook geen goede antwoorden. Maar er was een zendeling en toen hij met zijn vragen naar hem ging, deed hij altijd de Bijbel open en de antwoorden waren goed. Zo kwam hij langzaam tot geloof en begon hij de Bijbel voor zichzelf te lezen. Tijdens de rustdag was ik zelf ook een beetje ziek en kon de rustdag wel gebruiken.

Na de rustdag hadden we een kleine 60km te gaan en we kwamen hierbij al behoorlijk dicht bij onze eindbestemming. Op de plek waar we overnachten deden we wat huisbezoeken en hadden de mogelijkheid om iets van het evangelie te delen. De laatste fietsdag was maar iets van 25km en eindigde bij het voetbal centrum dat Ambassadors daar aan het bouwen is. We hadden een afsluitende lunch en daarna gingen we naar onze verblijfplaats bij de zee. De volgende dag ging ik met een paar anderen nog naar Dakar om een beetje te zien hoe de stad eruitziet en hadden een heerlijke lunch met verse vis bij het meest westelijke punt van Afrika. De laatste dag voor ons daar was een zondag en we gingen met OMers naar een lokale kerk. Hierna kwamen we als OMers bij elkaar om over onze ervaringen te praten. Voor OM is Senegal een nieuw land waar we aan de slag gaan. Het team daar is klein en bestaat uit een Zambiaans gezin en 2 lokale Senegalezen. Deze fietstocht was een bemoediging voor hen en heeft waardevolle contacten opgeleverd. En zeker voor de Zambianen is het soms best moeilijk om in zo’n land aan het werk te zijn. Bij het afscheid waren er nog een paar tranen. Bid ook voor het team daar in Senegal, ze kunnen jullie gebeden goed gebruiken. Ondanks dat het een open en vrij land is, is zendingswerk daar erg moeilijk. Die maandag morgen vloog ik de lange weg terug naar Zambia.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *




Enter Captcha Here :